geselecteerd als gefixeerd bericht

Vos B

Vulpes Fulmine

15 November 2006
By on 05:52
Grijsaard

Snijden van lijnen
het scheiden dat lijden helpt
de nulmeridiaan met daarop mijn huis
— het pleintje ervoor om precies te zijn —
kan zo het decor zijn
van onmogelijk geachte ontmoetingen
buikscheurtsend kruipt een doorweekte grijsaard
( de meisjes niet, zij hebben paraplu’s )
naar het daglicht, levenslust peilend
aan tegemoetkomend straatmeubilair
dat wel een omhelzing gebruiken kan.
Zo bezien we elkaar met voortschrijdend inzicht;
als iedereen z’n koffie op heeft
is mijn jeugd allang voorbij.

1 February 2006
By on 23:15
toen reedsch

I think that I shall never see
A billboard as lovely as a tree
Perhaps, unless the billboards fall
I’ll never see a tree at all.

Ogden Nash, 1933

4 May 2005
By on 16:45
DIY

Iedereen kan politicus zijn, luister maar naar PeterRRRRRdeVRies: ‘Ik ga kiezen trekken aan de rechterkant van het politieke spectrum, daar zitten de meest rotte. Het wordt een echte partij voor Jan-met-de-Pet, iets waar het vooralsnog danig aan ontbreekt. Wij zijn er straks dan ook voor iedere Nederlander, niet voor rechts of links. Mochten prognoses straks uitwijzen dat ik op zes zetels of zo zou uitkomen, dan haak ik alsnog af. Ik wil daadwerkelijk macht krijgen en niet als een splinterpartijtje fungeren’, aldus een vastbesloten PeterRRRRRdeVRies vanochtend.

29 April 2005
By on 20:31
Drie fout.

Zo sliep ik eens in
een van mijn geschiedens nissen
waar de dozen gestapeld
blikken bleven werpen,
katten om mijn benen cirkelden
als waren het haaien rond
een hopeloos op drift geraakt plankzeiler.
Ik had ze te voeren, maar waarmee?
wellicht kon ik in mijn huidige functie
— als Minister van Afwezigheid —
de boekhouders opleggen
schaduwen aan te brengen
tegels los te zuchten
Dit alles vannacht in drievoud.

(Voor Natasja L., Siep E. en Huub J.
uit: Vals Schrift van Vos B.)
- dank aan Raoul W.

3 April 2005
By on 11:11
pers

Mijn vader kreeg voor zijn verjaardag drie dagen terug een drukpers van zijn naasten. Was altijd gebruikt op de reclameafdeling van een groot warenhuis, wat in dit geval betekende dat er een mooie set oude hardhouten (display-) cijfers en letters bij zaten. Verder een of twee vrijwel geheel complete loden letterfamilies waaronder de “oldy butta goodie” Helvetica ( echt waar Raoul!) en de Nobel, nog een mooie schreefletter en allerlei lijnen en zetstukken. In een aangeharkt wijkje te Veghel troffen we de Tetterode aan. Onder het stof en een beetje vettig stond het oude beestje in een koude schuur ons monter op te wachten en de eigenaar en wij werden we het al snel eens over prijs en levering. Koffie kregen we, sloten koffie. Eigenaar bleek een bovenstebeste man en vertelde ronduit over de keurig gesorteerde laden (ja ja, letterbakken) die eerst tezamen in een grote zak hadden gezeten; twee weken sorteren had de arme stakker dit gekost. Gelukkig is hij al tien jaar volledig afgekeurd zodat die twee weken niet al te zeer verloren zijn; zou maar zonde zijn. Dit bracht het gesprek vervolgens op zijn arbeidsverleden als brouwmeester bij een bekende brouwerij te Maastricht. Toen ik zei dat daar volgens mij ook een bier gebrouwen wordt dat luistert naar de prachtige naam Vos zei de man: ‘klopt, ben zo terug’. Plots stond ik met een heus Vos-horloge in m’n klauwtjes. De aangegeven datum was samen met de tijd stil blijven staan op de 17e van een bepaalde maand. Leuk voor de uitdijende vossencollectie èn toevallig want mijn verjaardag valt elk jaar weer op de 17e.

17 September 2004
By on 12:15
www.ikhaatinternet.nl

Ik leer nu dat websijts bouwen niet alleen vanuit een bureaustoel gebeurt maar wel degelijk ook een heel fysiek karakter kan hebben. Ik kneusde er zelfs een rib of twee mee. En dat was nog los van de intercontinentale koppijn die ik de volgende dag mocht ervaren. Afzien is het, zodra je je scherpte verliest lukt niets meer. Ik vond het iets hebben van een ‘straatje leggen’, iets dat ik een stuk vaker heb gedaan dan een sijt bouwen. Sterker nog, ik bouwde nog nooit een sijt. Toch leek het me wel handig om als ontwerpert ook eens dit terra incognita te verkennen en er wellicht wat van op te steken. Je kunt een opdrachtgever per slot van rekening geen huisstijlen of affiches in de maag blijven splitsen terwijl hij/zij toch duidelijk behoefte heeft aan niets meer dan een goed werkende sijt. Niet dat ik het geheel op eigen houtje wil kunnen, maar een beetje inzicht kan nooit kwaad. De sijt in ontwikkeling zal gaan dienen als een fijne speeltuin; met diverse gastauteurs, contests en vreemde content.

12 September 2004
By on 13:43
ample food for stupid thought.

Zo langzamerhand zouden we gewend moeten zijn aan de doodscultus die in zwang is bij de zelfkant van de islamitische samenleving. Het is de cultus van mensen die trots verkondigen: ‘Jullie houden van het leven, wij van de dood.’ Het is de cultus die hordes weerloze kinderen laat neermaaien op de slagvelden van de oorlog tussen Iran en Irak, die kleuterjuffen tot menselijke bommen transformeert, die mensen op pad stuurt om met vreugde in het hart massamoord te plegen.

Het is een cultus die zich heeft gehecht aan een politiek ideaal, maar dat langzaam smoort. De doodscultus heeft de droom van een Palestijnse staat gesmoord. De plegers van zelfmoordaanslagen hebben Palestina geen vrede gebracht, maar wraakacties. De plegers van autobomaanslagen zijn niet bezig de Amerikanen uit Irak te verdrijven, maar dwingen hen juist langer te blijven. De doodscultus is nu bezig de Tjetjeense zaak om zeep te helpen, hij zal geen onafhankelijkheid bieden maar bloedvergieten.

Maar daar gaat het nu juist om. Want de doodscultus heeft niets van doen met de zaak die hij voorgeeft te dienen. Het gaat alleen maar om doden en doodgaan. Het gaat om het afslachten van mensen vanuit een spirituele verhevenheid. Het gaat om de beleving van de totale vrijheid der barbarij — een vrijheid los van de menselijke natuur, die zegt: houd van kinderen, houd van het leven. Het gaat om het genot van sadisme en zelfmoord. … Beslan was geen ‘tragedie’ (zoals minister Bot het betitelde). Nee, het was een zorgvuldig beraamde massamoord. En het waren niet de Russische autoriteiten die explosieven aan de basketbalnetjes hingen en die vluchtende kinderen in de rug schoten. Welke verschrikkingen de Russen de Tjetsjenen ook hebben aangedaan, hoe onhandig ze ook op de gijzeling hebben gereageerd, het ware wezen van deze daad ligt in de handeling zelf. Dat is het feit dat een stel mensen naar een school kan gaan en er dagen kan blijven in het gezelschap van honderden kinderen, hen in de ogen kan kijken en hun gehuil kan aanhoren, en ze vervolgens kan opblazen.

Deze doodscultus heeft geen reden en er valt niet over te onderhandelen. Dat maakt hem zo angstaanjagend. Dat is waarom zo velen de blik afwenden. Ze willen deze verschrikking niet onder ogen zien. En ze gaan op zoek naar een mikpunt voor hun haat dat ze beter kunnen bevatten.

© David Brooks, The New York Times

9 September 2004
By on 14:00
mini-emin3m

Dit was mijn maatje in m’n vorige buurtje, Michael uit Rotterdam- Noord; nummertje één wat betreft roof, drugs en moord.
Buurjongetje van de begane grond uit een gezin met veel problemen.
Had het als een van de weinige Nederlandse jochies in de buurt constant aan de stok met de groepjes Marokkaanse jochies waar hij tussen op groeit. Als je soms zag hoe hard het er aan toe kon gaan, mind you. Voor een opdracht voor fotografie interviewde ik hem over zijn leven ‘in tha projects’, ondertussen filmend en observerend.
Hij gunde me een kijkje in het straatleventje van een ventje van nog geen tien dat omgeven is door een hoop narigheid en verlokkingen. Vandaag wordt hij tien!

movin’ michael (thanks Fenster)

7 September 2004
By on 18:55
fluitekruid

Terwijl ik al bijna twee uur op dezelfde plek in het bos zit, komt er vanuit de verte iemand mijn kant op. Stopt midden op het fietspad en stapt af. Nee toch? Jawel. Het sujet komt dwars door het meer dan heuphoge gras mijn richting op gefietst. Het is een oude man. Oud blijkt iets later precies zevenzestig te zijn, hij is nu twee jaar met pensioen na ruim twintig jaar in Nederland gewerkt te hebben. Op mijn vraag welk werk hij dan deed antwoordt hij kortaf met: zesenzestig. Na nog eens vragen is het antwoord: tomatenfabriek. Kind van een specifieke generatie als ik ben, denk ik eerst nog even na voordat er iets begint te dagen. Tomatenfabrieken bestaan namelijk helemaal nog niet! Hij móest wel een tomatenkwekerij bedoelen, dit kwam volgens mij het dichtst in de buurt. Op het moment dat ik over mijn geschiedenis in de rozenkassen wilde beginnen, schudt de man plots hevig met zijn hoofd. Of ik even in z’n oor wil kijken (*maakt ronddraaiend gebaar bij oor, zoemmm… zoemmmm*). Een klein vliegje heeft zich blijkbaar toegang verschaft tot zijn brein en is daar hinderlijk aan het zoemen.

Ik zie helemaal niks maar ben maar al te goed bekend met het happen, eten en slikken van vliegjes. Samen zitten we met ons gezicht in de zon minutenlang zwijgend voor ons uit te kijken en nu en dan vraagt hij me weer eens z’n oor te inspecteren. Nog steeds niks. Dan stel ik hem voor om thuis een stofzuiger of doucheslang te pakken en bij zijn oor te houden, maar dit lijkt de man een klusje voor artsen. Ik vraag hem waarom die artsen zonder snijden het beestje er wel uit zouden krijgen en hijzelf niet. ‘Die hebben dingetjie’, zegt hij. Z’n Nederlands is in die twintig jaar duidelijk niet veel geëvolueerd, waarschijnlijk kent hij wel tuindersjargon dat mij totaal vreemd is. Op dat moment blijkt dat de beste man nog veel meer weet; het voor naaktlopers voorbehouden strandje herbergt volgens hem veel ‘Marokkane’ met ringen rond hun edele delen. Ter illustratie pakt ie z’n sleutelbos en houdt hem voor de door hem bedoelde delen. En waarom zit ie me steeds zo vriendelijk aan te kijken? Dan heeft hij het ineens over de huwelijken van deze mannen. Ze moeten volgens hem wel van ver komen omdat er anders altijd het risico is betrapt te worden. Meneer wordt wel erg specifiek, besef ik plots. Waarom is hij hier eigenlijk? Is ie getrouwd en komt hij hier vaak? Net voordat ik maar eens op wil stappen haalt de man zijn fiets van het slot en zegt: ‘ik fahre nar ziekhuis’. Ik wens hem succes. Hij zegt me niet te verbranden. Rare man.

3 September 2004
By on 16:50